Lekker geforceerd boos zijn – Help ons met een oefening!
Momenteel ben ik bezig aan de laatste loodjes van mijn opleiding. Voor de duidelijkheid: ik studeer maatschappelijk werk en dienstverlening. Alsof het afstuderen niet al zwaar genoeg is (scriptie-ellende, praat me er niet van), dien ik ook nog de nodige vakken te volgen. Zo heb ik deze laatste periode van mijn studie kennis gemaakt met het fenomeen “lichaamsgericht werken”. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat het lichaam nauw verband houdt met psychische klachten. Iets waar ik me goed in kan vinden. Niet voor niets dat mensen na een stressvolle periode ziek worden als ze dan eindelijk op een strandbedje liggen aan één of andere tropische kust. Of in mijn geval (want vakanties naar exotische bestemmingen zijn niet erg in samenspraak met mijn bankrekening) slaat stress altijd automatisch op mijn lijf. Ik word wakker met een stijve nek en mijn schouders zitten zo vast, dat je er moeiteloos een dienblad vol bier tussen kan klemmen om je tijdens het WK te laten bedienen. Erg gelukkig word ik er niet van, maar ontspannen lukt me zelden. Behalve tijdens de lessen van “lichaamsgericht werken”. Want hoe ik het ook wend of keer: we krijgen ontspanningsoefeningen in overvloed.
En was het maar waar dat het daarbij bleef: lekker op een matje naar een zeurderige stem luisteren die je vertelt dat je al je spieren mag loslaten. Nee, lichaamsgericht omvat nog veel meer. Zo kreeg ik tijdens de eerste les de schrik van mijn leven. Niet alleen werden we verzocht om “gemakkelijke kleding” aan te trekken. Nee, we werden ook nog uitgenodigd in de gymzaal. Onze docent (type: hak-op-de-tak met ontploft vogelnestje op zijn hoofd) droeg ons op om “lekker” rondjes te gaan rennen. Onmiddellijk waande ik me weer op de middelbare school, waar ik in een knalgroen school-shirt en een slechte BH voelde hoe mijn borsten tijdens het rennen meer en meer naar beneden deinsden. Nu rende ik hier, vierdejaars studente, met al mijn klasgenoten. Rondjes. En als hij één keer klapte, moest je springen. Bij twee keer moest je bukken en bij drie keer moest je “gek doen”.
Dat is nogal een probleem voor mij: “gek doen”. Verbijsterd keek ik naar hoe mijn klasgenoten de raarste dansjes uitvoerden en hoe zij stamelend van het lachen maar net hun urine binnen hielden. Op zo’n moment heb ik altijd het gevoel dat mijn gehele lichaam van lood is. Ik wíl op zich wel mee “gek doen”, maar het is fysiek onmogelijk. In plaats daarvan neemt “bewustheid” de overhand. Ik schreef al eens eerder over mijn derde-oog-syndroom (klik!) en uitgerekend dit zijn de momenten dat dat zijn parten speelt.
Nu de laatste bijeenkomst van lichaamsgericht eraan komt, worden we in tweetallen uitgedaagd om ook een lichaamsoefening te geven. Een aantal klasgenoten zijn ons al voor gegaan. Zo hebben we lachyoga gekregen en een oefening om onze chakra’s te prikkelen. (Als je dit zweverig vind, dan zeg ik: WORD!) Toch moet ik me ook maar wat flexibeler op gaan stellen wil ik een leuke oefening geven. Mijn klasgenoot – en mederedactielid Marco en ik zijn samen een tweetal. We denken eraan om iets met de “onbewuste boosheid” te doen die iedereen in zich heeft. Eens even schaamteloos schelden op het leven, smijten met voorwerpen en je grootste frustratie eruit schreeuwen. Het is misschien niet helemaal wat de hogeschool voor ogen had… Maar het lucht vast ENORM op!
Iemand nog ideeën voor een alles-verwoestende, volstrekt irrationele maar heerlijk opluchtende woede-oefening? We kunnen alle creativiteit gebruiken! :-)
Geen relevante artikelen.









Ik denk aan…
Iets met experimenteren hoe boosheid lichamelijk voelt. Welke gezichtsuitdrukking, welke sensaties in je lichaam, welke spierspanningen… Vervolgens oefenen met stemvolume en na nog een flink theatrale warming-up uiteindelijk eindigen met een gezamenlijke woede explosie. Lijkt me heerlijk! En dan je hulpverlenersstem opzetten en vragen: “Wat doet dit met je?”
Zoiets?